De wasmand

Hij is eigenlijk vrij bescheiden, zowel in kleur als formaat. Maar zelfs in het hoekje van de badkamer weet hij mij elke dag weer te vinden. Met zijn uitpuilende maaginhoud en z’n bek wijd open staat hij op nummer 1 van mijn ranglijst huishoudelijke vijanden. En hoe hard ik ook mijn best doe, nooit gunt onze wasmand mij een vrije dag.

Ooit was dat anders. Toen bestond ons huishouden uit man en ik, enkele vaatdoeken en wat washandjes. Waren de onderbroeken op, dan visten we in no time een fris exemplaar uit de kledingbrij. Opvouwen? Zonde van de tijd.

Inmiddels is het gezin flink uitgedijd, dus bevat de mand ook stapels hydrofieldoeken, slabben, rompertjes en mini-sokken die roepen om mijn was- en opvouwkunsten. Want, in tegenstelling tot het schone goed, de vieze exemplaren raken nooit op.

Een heel enkele keer win ik de strijd tegen de wellustige wasmand. Excuseer: won. Sinds pleegzoon zich namelijk bij ons huishouden heeft gevoegd, is het hek van de dam. Volgens mij hebben wasmand en hij een dealtje gesloten: jij (wasmand) houdt haar bezig, zodat ik (pleegzoon) geen ‘hoe-staat-het-met-je-schoolwerk’-vragen krijg. De laatste was van de week zit namelijk nog maar net in de trommel, als pleegzoon besluit zijn kamervloer schoon te vegen. Wat daarop ligt? Was, kilo’s was…

Ik probeer de moed niet op te geven. Nog niet. Maar ik weet zeker dat onze twee zoons over heel wat jaar het huis uit gaan met een flinke wascursus op hun cv. Dat je het na je 25ste niet meer bijleert, weet ik inmiddels uit ervaring. En – ik citeer – ,,dan doe ik echt mijn best”. Gelukkig heeft manlief wel iets aan het wascircus bijgedragen. Zijn grote liefde – na vrouw en kinderen – doet inmiddels dienst als droogrek. En zo wordt wassen toch nog een piep, piep, piepklein beetje genieten.

foto-2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *