Dierentuin

Het begon met Alexander. Steeds vaker kwam ‘ie even gedag zeggen. Dan trippelde hij met z’n bruingrijze lijfje naar de openslaande deuren, graaide nog wat overgebleven broodkruimels van het terras, en ging er weer vandoor. We herkenden hem aan z’n warrige vachtje dat nog plukjes babydons bevatte. En op gegeven moment aan z’n brutaliteit. Want zonder schroom hipte onze huismerel zomers gerust een paar rondjes rond de eettafel terwijl wij elders in de kamer zaten.

Inmiddels is Alexander dood. Opgegeten door Vlekkie, de zwarte kat van de buurman even verderop. Zo voor de ogen van zoons. Wij hebben het daarom niet zo op Vlekkie. De maat is zelfs vol sinds het beest zich ook nog eens met regelmaat onder ons bed verschanst. Maar als we maatregelen nemen – lees: met bekers water gooien of ‘m enige tijd opsluiten op het balkon om tot bezinning te komen – gaan zoons in protest. ‘Dat is zielig, mam. Je mag Vlekkie niet plagen.’

Ik ben sowieso niet goed met huisdieren. Ooit was ik de trotse eigenaar van Moussie, een grijswitte dwerghamster. Toen ik z’n molentje met een potloot in bedwang hield vanwege de nachtelijke overlast, besloot hij te vertrekken. Ik vond het beestje enkele dagen later in een opengereten knuffel waar hij een nieuw ‘thuis’ voor zichzelf had gecreëerd. Eenmaal terug op het oude adres probeerde hij zijn ellende te vergeten in een winterslaap, heel gevaarlijk voor huishamsters, begreep ik later.

Tuindieren daarentegen begin ik steeds meer te waarderen. Alexander is inmiddels opgevolgd door Alexander de Tweede. Ook een vrouwtjesmerel, iets minder brutaal, maar wel punctueel in zijn verschijnen. Ook Nijntje de muis scharrelt sinds enige tijd rond op ons terras en wordt door Peuterzoon voorzien van broodkruimels en af en toe een stukje kaas.

Als zoons buiten spelen kunnen ze het niet laten hun moeder te trakteren op nóg meer dierenplezier. Pissebedden, spinnen en wormen worden zonder problemen uit hun verblijfplaats gevist en met trots gepresenteerd. Het liefst vlak voor mijn neus. #ieuw

Over enkele maanden gaat onze tuin op de schop. Ik vind ’t ergens maar niets. Want waar moeten onze tuindieren zo lang blijven? Ik houd de vraag toch voor mezelf, want zoons hebben vast ‘een heel goed idee’ paraat. Maar je weet het: ik ben dus niet goed met huisdieren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *