Marktdag

Na een flinke tros bananen, drie avocado’s en op weg naar de bos koriander komt het hoge woord eruit. ‘Is je vader ziek?’ Tweede Zoon schudt zijn hoofd. De groenteboer ziet het niet en richt zijn aandacht op mij terwijl hij de koriander in de boodschappentas propt. ‘Je zoon is anders veel rustiger bij zijn moeder dan bij zijn vader’. Even speel ik met de gedachte met de eer te strijken, maar houd mij in. ‘Hij is ziek.’

Groenteman nummer twee komt zich ermee bemoeien. ‘Is je vader ook ziek dan?’ Zoon schudt zijn hoofd opnieuw, in tegenstelling tot de meeste marktbezoeken niet in de stemming zijn mond open te trekken. Ik: ‘Hij is op wintersport.’ Groenteboer: ‘Mocht je niet mee?’ Ik: ‘Nee.’ Ook de groentevrouw is nu ter plaatse. ‘Jij was anders vorige week weg. Dat zei hij nog.’ Ik probeer het mij te herinneren. Tevergeefs. ‘Hij weet het mooi te framen’, mompel ik enigszins verbijsterd terug. Ondertussen krijg ik twee bananen in mijn hand geduwd. ‘Voor de jongens. Dat zijn ze gewend.’

Vijf meter verderop probeer ik mij hardop de naam van de vrijdagmiddagbroodjes te herinneren. ‘Hij heeft altijd hapsburgers’, helpt de marktbakker. ‘Is ‘ie ziek?’. Hikkend van de lach herhaal ik het relaas. Wintersport. Alleen. Helaas. Ondertussen knagen zoons aan een speculaasje. ‘Dat lusten ze altijd wel’.

De markt op vrijdag is niet zo groot. Vier kramen, met alles wat je nodig hebt. Kaas nog, zie ik op mijn lijstje. ‘Achthonderd gram belegen’, zegt de kaasboer – mes in de aanslag – nog voordat de kinderwagen met Jongste Zoon op de rem staat. ‘Ze lusten wel een plakje’.

Lieve marktkooplui. Over twee weken is mijn man opnieuw een dagje weg. Ik stel voor dat ik bij aankomst op het midden van het plein ga staan en roep: ‘Ik ben er!’. Alvast bedankt hè.

1 reactie op “Marktdag

  1. Cok
    Op 16 maart 2016 om 21:01 uur

    Super, mooie ervaring en een kijkje achter het marktgedrag van manlief.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *