Muizenval

Het is zondagavond rond een uur of acht. Terwijl Echtgenoot en ik in doodse stilte de lectuur van de week wegwerken, kruipt ‘ie onder de bank vandaan. Eerst behoedzaam, dan met bravoure. Dat is het moment dat ik ‘m zie. Klein, grijs, zwarte kraaloogjes. Schattig, maar niet op het vloerkleed en zéker niet naast mijn voeten.

Die ochtend had ik nog gezegd dat ik ‘m miste. Voor de grote tuinverbouwing scharrelde hij geregeld op ons terras. Buiten. We riepen ‘ach!’ en ‘lief!’, zoons probeerden – meestal tevergeefs – naar het raam te sluipen voor wat beter zicht op zijn capriolen en af en toe lieten we wat broodkruimels voor hem achter. Maar nu is de ingang van zijn holletje bedekt met zand, stenen en lood en weten we: die zien we niet meer terug.

Mispoes! Van schrik veer ik overeind. Met een rotvaart schiet het beestje naar zijn schuilplaats, achter de deuren van de ‘en suite’. Het is een momentje proppen, maar dan verdwijnt zijn wollige lijfje in de gleuf van de kast. ‘Hij zit binnen’, mompel ik verbaasd. Echtgenoot kijkt vragend mijn kant op. ‘Nijntje zit bínnen’, verduidelijk ik.

Op dat moment belt mijn moeder. Als er iemand van muizen gruwt, is zij het wel. Ooit liet ze de campingbuurman een koffer uitpakken omdat er een ‘muis’ in zat. Het bleek een knuffel, iets wat de rest van het gezin niet vergeten is. Desalniettemin heeft ze de gouden tip: de petflesmuizenval.

Terwijl Nijntje van links naar rechts door de kamer scheert, dompelen wij ons onder in een zo-maak-je-een-muizenval-filmpje op YouTube. We halen klerenhangers, punaises, boeken, doppen, een petfles en – onmisbaar – pindakaas en gaan enthousiast aan de slag. Ik raak er gaandeweg vast van overtuigd dat Nijntje binnen afzienbare tijd weer zit waar hij hoort: buiten.

Als we een halfuur later roerloos en met telefoon in de aanslag op de bank zitten, blijft het muisstil. Eenmaal boven kunnen we het niet laten: nog één keer kijken dan. Leeg. De volgende ochtend vertellen we zoons in geuren en kleuren over ons muizenvalavontuur.  ‘Nergens aanzitten hoor!’, roepen we ze nog na terwijl ze vol verwachting de trap afstuiven. Ik wacht kinderlijk gespannen op hun juichkreten. Maar nee, Nijntje trapt niet in de val.

‘Je moet er wel kaas indoen, mam’, vindt Tweede Zoon begaan. ‘Anders heeft Nijntje de hele tijd niets te eten. ‘Je moet ook kruimels bij de ingang leggen’, oppert Oudste Zoon strijdlustig. ‘Dan komt ‘ie wel.’

Het is inmiddels 48 uur later. De fles blijft leeg. Langzaam maakt mijn hoofd ruimte voor effectievere technieken. Maar vooruit, Nijntje krijgt een ultimatum. Voor het eind van de week de fles in, want anders… #wordtvervolgd

0 Reacties “Muizenval

  1. Koos vdRD
    Op 27 juni 2017 om 18:04 uur

    Mooi verhaal, met vaart geschreven. Je ziet het voor je. En zo hoort het ook.
    Ik ben benieuwd waar en wanneer deze pluizebol weer opduikt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *