Over inparkeren gesproken

Waarom mannen – ja ja, ik geef het toe – vaak beter kunnen inparkeren dan vrouwen? Aan dat mysterie is wat mij betreft een einde gekomen toen Oudste Zoon zijn ‘rode, kleine trekkertje’ kreeg. Hij ging erop zitten, oefende wat en parkeerde ‘m niet veel later zonder blikken of blozen (en zonder steken!) tussen fiets en stoep.

Mijn mond viel open. Ik mag dan een rijbewijs hebben; inparkeren – en hellingproef – vermijd ik zo veel mogelijk. Voordat ik achter het stuur kruip, heb ik via Google Earth eerst minutieus de route bestudeerd, inclusief de parkeergelegenheid op de plaats van bestemming. Ik loop er gerust tien minuten voor om, zolang ik maar niet eindeloos hoef te steken in de hoop schadeloos te blijven.

Ik heb dan ook nooit een ‘rode, kleine trekker’ gehad. Of skelter, trapauto of iets anders met vier wielen waarbij links eigenlijk rechts betekent en andersom. Zelfs tot op heden staat er geen auto voor de deur, waardoor het mij duidelijk aan rijervaring ontbreekt.

Hoe anders vergaat het Oudste Zoon – en al die andere jongens en mannen – die vanaf hun derde levensjaar eindeloos kunnen oefenen om vanaf hun 16de (dat kan tegenwoordig volgens puberzoon) ‘effe’ dat papiertje te bemachtigen. Gelukkig zie ik enkele dagen later een vader onwennig zijn kinderwagen door de winkelstraat manoeuvreren. En terwijl ik met mijn rechterhand zoonlief voor een stoeprand behoed, stuur ik babyzoon behendig de hoek om… #gniffel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *