Schoenendoos met snotters

Als de folders uit de rugzakken van Zoons gediept worden, zakt de moed mij in de schoenen. Na een paar turbulente weken, waarin 24 uur in een dag – en vooral acht uur per nacht – bij lange na niet genoeg is, ook dit nog. Actie Schoenendoos. Een nostalgisch, creatief en supergoed project. Zo’n project waar je eigenlijk helemaal niet over moet zeuren. Maar nu heb ik gewoon geen idee hoe we de dozen – waar haal je ze überhaupt vandaan! – gevuld moeten krijgen.

Manlief komt met een briljante oplossing: ‘Waarom vraag je niet gewoon aan mij of ik het even doe?’ Gretig duw ik de folder onder zijn neus, waarop zijn wenkbrauwen de lucht in vliegen. ‘Moet dit er allemaal in? Nieuw? Wat een project.’ Dat dus.

We besluiten dat Zoons een bijdrage moeten leveren, dus aan hen de taak een knuffel uit eigen collectie te zoeken. Terwijl Tweede Zoon naar boven rent om de opdracht te volbrengen, gooit Oudste Zoon zijn kont tegen de krib: ‘Ik maak niet zo’n stomme schoenendoos.’ Ik: ‘Sommige kinderen hebben helemaal niets om mee te spelen en jij hebt heel veel. Dan kun jij best iets weggeven. De kinderen zijn vast zó blij dat de knuffel overal mee naartoe mag. Dat is toch leuk?’

Eenmaal boven keren we de zak met knuffels om. Minstens vijftien exemplaren waar het afgelopen jaar nauwelijks mee gespeeld is, rollen over de vloer. Ik: ‘Kies om de beurt eerst maar een knuffel die je graag wilt houden.’ Al snel ligt alleen de weggeefknuffel-to-be nog op de grond en barst Oudste Zoon in huilen uit: ‘Dat is mijn liefste beer. Die mag niet weg. Ik wil een knuffel ko-ho-pen.’ Ik slik een kleine brok uit mijn keel weg. Ik weet nog dat we beer kregen rond de geboorte van Oudste Zoon. Ach, wat sentimenteel, spreek ik mezelf toe. Hup, in die schoenendoos ermee.

Terwijl Tweede Zoon beer ijverig inpakt, wordt het verdriet van zijn broer met de minuut heviger. ‘Het kindje mag de beer lenen, maar dan moet hij weer naar ons terug.’ En: ‘Ik moet de hele tijd aan beer denken, en dan ga ik weer huilen.’ Of, boos nu: ‘Die kindjes hebben heus wel beren, deze houden we gewoon.’ Snel duw ik de deksel over beer-in-de-doos. Oudste Zoon, nog steeds in tranen, pakt een rode viltstift: ‘Kijk mam, ik teken een hartje voor beer, dan weet hij als hij in Afrika is dat ik hem heel lief vind.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *