Speenofobie

Vreselijke dingen vind ik het. Verleidelijk op het moment van nood, maar gedoemd om sluipenderwijs uit te monden in dramatische taferelen. Vier jaar lag ‘ie in de kast. Voor het geval dat. Ik weet niet meer wanneer en waarom, maar inmiddels is hij de favoriete ‘knuffel’ van babyzoon. Help! Kom ik ooit nog van die speen af?!

Het onding is best mooi gevormd. Een Difrax, blauw, officieel ‘tot zes maanden te gebruiken’, twee gaten in de brede onderkant zodat ook de twee grote broers precies weten hoe hij in het mondje van babybroer moet. Tegelijkertijd is hij veel te klein voor moeders zoals ik en dus altijd kwijt. Paniek!!

Het begon – vermoed ik – met een ‘houd-je-even-koest-ik-ben-nog-met-andere-dingen-bezig’-momentje. Een vlaag van verstandsverbijstering, dat ook. Eerst aan het eind van de middag (lees: 17.15 uur en druk aan de kook terwijl oudste zoons elkaar het leven zuur maken), toen ’s nachts na de voeding van 4.00 uur (lees: ik ben moe, ga slapen!), en toen ik de grens eenmaal over was, hoefde hij maar te blèren of ik toverde ‘m tevoorschijn. Ja, echt.

Ergens deze week werd ik wakker. Een nieuwe grens werd bereikt. Weer hijs ik mezelf om 4.00 uur ’s nachts het bed uit, maar dit keer voor de speen. ‘Zie je wel!’, sprak ik mezelf kritisch toe.

We moeten er dus aan geloven, babyzoon en ik. De aanpak: een cursus buikslapen. Zeer effectief bij de twee grote broers, maar – zoals regelmatig als ik denk ‘bij deze derde zal ik het toch wel weten’ – babyzoon verzet zich hevig. Hij heeft pech. In het kader van ‘alle begin is moeilijk’ zetten we stug door. Nu wel. #sorryzoon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *