Stilgezet

De ogen zijn ontspannen gesloten, z’n borstkast gaat regelmatig op en neer en slangen, overal slangen. Ik knijp in de hand van manlief. Hij staat naast me, tranen in zijn ogen. Samen kijken we naar onze vrienden. Hij, doodziek in een steriel ziekenhuisbed. Zij, vechtend voor zijn leven, hun leven, hun gezin met drie kleine kinderen. Ik knijp weer. We hadden het zelf kunnen zijn.

Nog geen 24 uur geleden reed ik met een volgeladen fiets door het dorp. Gestrest, er moest nog zo veel gebeuren. De boodschappen zijn in ieder geval binnen: voorop twee tassen, achterop een berg luiers, aan mijn schouder een lading chips, friet en eieren. Halverwege ontmoet ik een gemeentelid, ik wil haar nog wat vragen. Dan hoor ik het nieuws: ambulance, niet goed, nog geen contact, bid je mee?

Vijf minuten later staar ik ongelovig naar de app. Levensgevaar. Tranen stromen zonder ophouden, maar de troostende armen van manlief hoef ik niet. We willen bidden, smeken. Laat hem alstUblieft weer beter worden! Maar verder komt het niet.

Oudste Zoon speelt met de duplo. Hij vraagt wat, maar krijgt geen antwoord. Tweede Zoon grijpt z’n kans. Hij steelt koekjes, likt de pindasauspan uit, kijkt lekker lang z’n favoriete filmpje en glipt zo vaak hij kan ongezien de poort uit. Babyzoon zit in z’n kinderstoel. Ehm, heb jij ‘m eigenlijk al een koekje gegeven? In een hoek de boodschappen. Onaangeroerd.

’s Avonds komt de gemeente samen. We bidden. Hartstochtelijk. Geëmotioneerd. Vragend. Een – gek genoeg – prachtig moment. Onbeschrijflijk. God met ons.

Langzaam lopen we naar de wachtkamer. We voelen het allebei: het hoort niet, het kan niet, en weer: we hadden het zelf kunnen zijn.

Drie dagen later. Appen is inmiddels haast hetzelfde als ademen. Maar dan dat bericht: ‘Kom! Zing en dans met mij!!!’ Weer tranen. Opnieuw sprakeloos. Mijn Vader dank U wel.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *