Tweedehands oordeel

We zitten in een speeltuintje met onze kinderen. Kennis en ik. Kennis: ,,Die jas voor mijn zoon vond ik in een tweedehands winkeltje. Echt leuk! Toen ik het uit de plastic zak haalde, zag ik alleen het bonnetje. 89 euro! Dat zou ik nooit voor een jas betalen.” Het blijft stil. Verwoed zoek ik naar argumenten waarmee ik de aankoop van een jas voor zoonlief met eenzelfde prijskaartje kan rechtvaardigen. Kennis krijgt het door. ,,Het is natuurlijk niet erg dat je zo’n jas koopt, maar ik haal ze liever tweedehands”, doorbreekt ze de stilte. Wat volgt is een wervelstorm aan argumenten voor goedkope en minder goedkope jassen.

Eenmaal thuis blijft het ongemakkelijke gesprek zich afspelen in mijn hoofd. Wat gebeurde daar nou? Waarom gaf ik toe aan de behoefte de aankoop van een prijzige jas te verdedigen? Waarom heb ik met enige regelmaat überhaupt het gevoel dat ik mij moet verdedigen? En denk ik niet net zo over sommige keuzes van anderen? Of denk ik dat die ander denkt…

Ik herinner mij een Eva-weekend. We kregen allemaal een armbandje die we van pols moesten wisselen als we ergens een oordeel over gaven. Ik was de hele dag bezig. En als ik in de week na het jassen-voorval een beetje oplet, blijk ik geen steek veranderd.

Waarom is het zo hardnekkig? ,,Omdat we alles vereenvoudigen om informatie sneller te kunnen verwerken. Het is efficiënt om direct een oordeel te vellen”, lees ik op internet. Klinkt logisch. ,,We oordelen ook over anderen om onszelf beter te voelen. Elke vergelijking is trouwens ook een oordeel. En de meeste vergelijkingen maken ongelukkig. Want we hebben vaak de neiging om ons te vergelijken met iemand die het beter heeft. En dat is weer een oordeel over onszelf.” Pijnlijk bekend.

Ik moet denken aan het Bijbelse gezegde (Mat. 7:3-5): waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op. Werk aan de winkel dus. Dan stuit ik op een overdenking: ,,Het is bemoedigend om te zien dat God spreekt over een balk. Als we zouden moeten wachten tot alle splinters en stofjes uit ons eigen leven zijn opgeruimd, zouden we ontmoedigd kunnen raken. God werkt ook aan die splintertjes, maar we zijn al bruikbaar voor Hem wanneer we nog niet volmaakt zijn.” Dat geeft deze burger moed.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *