Warzone

Ooit, toen ik keurig met de barbies speelde terwijl de buurtjongens in legerjas, dito broek met nep-wapens in allerlei uitvoeringen in de hand elkaar schreeuwend de oorlog verklaarden, besloot ik: nooit, never, ever spelen mijn kinderen met oorlogstuig in wat voor vorm dan ook. Maar toen ging Oudste Zoon naar de basisschool.

‘Pieuw, ik ga jou doodmaken. En dan snijd ik zo je been eraf en dan gooi ik je in de gevangenis. Pieuw.’ Ontzet staar ik vanuit de deuropening naar zoons die buiten elkaar het leven zuur maken. ‘Voor nep’, verklaart Oudste Zoon. En inderdaad, Tweede Zoon lijkt zich niet enorm om zijn lot te bekommeren: ‘Maar dan kan ik niet meer lopen!’, roept hij nog uit voordat hij wegstuift op zijn loopfiets.

Wat is dat toch met jongens (en mannen)? Het kan niet gruwelijk genoeg – in spel, op de computer, in films en games – totdat het NOS-journaal ermee opent en dan is de wereld te klein. Dus begon ik thuis een klein vredesoffensief met oneliners als: ‘Doodmaken is niet leuk, lief zijn voor elkaar, wij gebruiken geen geweren, wat zou jij ervan vinden als iemand op jou schiet (antwoord: ‘niet leuk’)’, en nog meer van dat soort zinnen die op de een of andere manier in het luchtledige blijven hangen.

Maar toen interviewde ik biopsycholoog Martine Delfos voor Jente magazine en op de een of andere manier kwam het heikele onderwerp aan de orde. ‘Neem nu oorlogje spelen’, zei ze. ‘Vrouwen vinden dat spel vaak te agressief.’ Ik knikte hevig tegen de telefoon. Martine: ‘Tegelijkertijd willen ze wel dat een man hen verdedigt in dat donkere steegje.’ Weer knik ik hard. Martine: ‘Wanneer wil je eigenlijk dat hij dat leert?’ Ehhh… Martine: ‘Ik heb ontdekt dat oorlogje spelen het meest pacifistische spel is dat er bestaat. Je leert winnen, tot de grens van schade is bereikt en dan ren je huilend naar je moeder.’ Grinnik. Martine: ‘Meisjes spelen schooltje, maar gaan die grens van schade regelmatig voorbij door anderen te kwetsen of te pesten. Ze zitten dan wel netjes op hun kamer, maar hun gedrag is helemaal niet zo braaf.’

Je begrijpt, toen was het stil aan mijn kant van de telefoon. Even dan, want ondertussen in de tuin: ‘Pieuw, ik ga je pakken en dan moet je in de gevangenis. Je bent een boef! Pieuw.’

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *